Mediaprofiel & competenties

Mediaprofiel

Mijn naam is Sjoerd Spoelstra, ik ben 22 jaar en ik kom uit Rotterdam. Dit is mijn verhaal omtrent de cursus van Mediawijsheid gegeven door de heer van Driel. Het is de bedoeling dat ik mijn voortgang omschrijf die ik doorga tot en met 19 mei 2016 met betrekking tot mijn mediaprofiel en competenties. Na afloop van het uitvinden van mijn mediaprofiel is het de bedoeling dat ik een plan van aanpak op ga stellen over hoe ik mezelf wil ontwikkelen en zien in deze komende periode. Het begon allemaal met het maken van een test, samengesteld door Mariëlle van Rijn.

mediaprofiel beginNa het maken van de test heb ik een beeld gevormd over wat mijn mediaprofiel voorstelt, naar aanleiding van de vragen van de test op mediaprofiel.nl. Daaruit is gebleken dat ik het meeste
een consument ben (3 sterren), gevolgd door een strateeg (2.5 sterren), gevolgd door een verzamelaar (2 sterren), gevolgd door een netwerker (1.5 sterren) en als laatste een producent (1 ster). Over het algemeen ben ik tevreden met deze score, zeker na het lezen van definities van deze concepten.

  1. Consument (30,7%)
  2. Strateeg (23,3%)
  3. Verzamelaar (17,9%)
  4. Netwerker (16,6%)
  5. Producent (11,5%)

 

Ik vind mezelf bij uitstek een consument, want ik verwerk media inderdaad in de ruime zin van het woord. Daarnaast communiceer ik online en via WhatsApp, maar heb ik toch een voorkeur voor persoonlijke gesprekken af en toe. Ik ben tevens lid van informele social media platforms, zoals Twitter, Facebook en Instagram, die ik gebruik om contacten te onderhouden met bekenden zodat deze niet onbekenden worden. Maar als het gaat om lezen en verwerken van informatie, prefereer ik toch papier.

Daarnaast kan ik mezelf ook vinden in de definitie strateeg, al is het wel minder dan de definitie consument. Ik heb enigszins een doelgerichte strategie om optimaal gebruik te maken van wat het grote social media te bieden heeft. Vroeger gebruikte ik Twitter voornamelijk om mijn ei kwijt te kunnen van wat ik tegenkwam op televisie, op straat, in de media of waar dan ook. Dit was vaak cynisch of negatief, maar soms ook positief of complimenteus. Af en toe reageren op bekenden van mij hoorde hier ook bij, maar ik gebruikte het louter om formele aspecten te delen. Facebook en Instagram gebruik ik expliciet voor informele dingen, want ik vind het onnodig om mijn formele dingen te steken in andermans neus. Maar op informeel gebied gebruik ik alle media heel goed, en weet ik ook waar ik moet kijken om wat te vinden. LinkedIn is een voorbeeld van een toepassing die ik effectief inzet om bijvoorbeeld een professionele doelstelling te behalen. Ik heb bijvoorbeeld een tijdelijke baan gevonden voor naast mijn studie en ben tevens al bezig met netwerken voor na mijn studie. Daarnaast heb ik niet alleen mijn eigen LinkedIn in orde gemaakt, maar ook geholpen bij anderen.

Ik ben zelf niet echt een verzamelaar, want ik houd mezelf niet bezig met verzamelen van afbeeldingen, filmpjes of muziek op social media. Dit betekent echter niet dat ik er nooit naar kijk, maar ik verzamel het niet met behulp van social bookmarking of iets dergelijks. Ik gebruik Netflix voor films en series, YouTube sporadisch voor muziek of onnozele filmpjes van katten en Google voor afbeeldingen.

Voordat ik de definities las, was ik van plan om een netwerker te worden. Ik dacht hierbij voornamelijk aan dat dit zou betekenen dat je een professioneel/formeel netwerk opbouwt met behulp van professionele/formele social media (LinkedIn). Het gaat hier echter meer over het faciliteren in je eigen online community en deelnemers stimuleren om interactie aan te gaan. Ik vind het niet nodig om anderen te stimuleren in mijn netwerk om interactie aan te gaan met elkaar, want dit is alleen nodig als er samengewerkt moet worden in groepsverband. Dit is echter vrijwel nooit het geval, en als het wel het geval is – dan gebruik ik hiervoor een Facebook- of WhatsApp-groep. Daarnaast vind ik dit niet onder de noemer netwerker vallen, maar meer onder leider of teambuilder.

Als laatste ben ik geen producent, want ik vind het helemaal niet leuk om bezig te zijn met dingen te creëren. Dit geldt voor zowel papier als op de computer, want ik ben daar totaal niet goed in. Stokpoppetjes tekenen of een kriebeltekening maken in Paint zijn de enige twee dingen die behoren tot mijn vaardigheden omtrent creëren op de computer. Daarnaast zie ik het praktische nut ook niet in van een videoblog of een 3D-ontwerp te maken. Een animatie maken of een video editten kan enigszins nuttig zijn voor een presentatie of om een bepaalde boodschap over te brengen, maar dit hoef ik niet per se zelf te kunnen. In mijn kennissenkring heb ik hier contacten voor die mij hierbij kunnen helpen. Het is soms goed om niet alles zelf te kunnen.

————————————————————————–

Competenties

De tien competenties zijn onderverdeeld in vier hoofdgroepen: begrip, gebruik, communicatie en strategie. De tien competenties en hoofdgroepen zijn hieronder beschreven, waarbij iedere competentie een letter en een cijfer heeft gekregen (B1, B2, G1, G2, etc.) en daar achter staat tussen haakjes welk niveau ik zit voor deze desbetreffende competentie. Hierbij is niveau 1 het laagste en niveau 4 het hoogste. Over het algemeen scoor ik niet lager dan niveau drie, behalve bij de competentie content creëren (C2).

  • Begrip: PASSIEF
    • B1: (3-4): Inzicht hebben in de medialisering van de samenleving.
      • Bewustzijn dat we de hele dag verbonden zijn en de effecten ervan.
    • B2: (3) Begrijpen hoe media gemaakt worden.
      • Inzien hoe doelgroepkeuze van invloed is op vorm en inhoud van media.
    • B3: (3-4) Zien hoe de media de werkelijkheid kleuren.
      • Begrijpen hoe media de werkelijkheid re-presenteren om op basis daarvan tot oordelen te kunnen vormen.
  • Gebruik: ACTIEF
    • G1: (3-4) Apparaten, software en toepassingen gebruiken.
      • Vaardigheden media technisch te kunnen gebruiken, maar ook het kunnen beperken van gebruiksrisico’s. Niet door iedere hype laten meeslepen.
    • G2: (4) Oriënteren binnen mediaomgevingen.
      • Vlot tussen verschillende media kunnen schakelen.
  • Communicatie: INTERACTIEF
    • C1: (4) Informatie vinden en verwerken.
      • Kunnen vinden wat je zoekt, selecteren wat je nodig hebt en bepalen of iets betrouwbaar is of niet.
    • C2: (2-3) Content creëren.
      • Functionele en aansprekende content maken om een boodschap optimaal over te brengen aan je doelgroep.
    • C3: (3) Participeren in sociale netwerken.
      • Proactief social media gebruiken en rekening houden met anderen.
  • Strategie: CYCLISCH PROCES
    • S1: (3-4) Reflecteren op eigen media gebruik.
      • Kijken naar eigen mediagebruik en weloverwogen keuzes maken.
    • S2: (3-4) Doelen realiseren met behulp van media.
      • Ten behoeve van je eigen leven.

 

 

 

 

Advertisements

One thought on “Mediaprofiel & competenties

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s